Le Mans Classic is hard op weg om een van de
allerbelangrijkste klassiekerevenementen op de kalender
te worden. Door de uitgekiende formule van zes
verschillende klassen die drie keer rijden in een etmaal
valt er voor iedere autoliefhebber volop te genieten. De
editie van 2008 is daarop geen uitzondering.
Le Mans Classic is niet zomaar een klassiekerevenement. Er
wordt echt hard gereden, en dat maar liefst 24 uur lang. De
deelnemende auto’s zijn verdeeld over zes klassen, en de auto’s
in de verschillende klassen vormen teams, met in principe
hetzelfde startnummer. Het team dat aan het eind van het
evenement de meeste punten heeft verzameld is de winnaar.
Logisch, toch? Niet helemaal, want dit is Frankrijk, wat betekent
dat er ook een wegingsfactor per auto ontwikkeld is om
bijvoorbeeld een Ferrari 250 SWB te kunnen vergelijken met een
Panhard. Er zijn daarom twee winnaars: het team dat het hoogst
gekomen is in het handicap klassement en het team dat de
meeste punten heeft behaald in het algemeen klassement. In
praktijk is de wedstrijdstand daardoor wat moeilijk te volgen (met
bijv. een Saab 96 die zijn klasse wint vóór een Jaguar D-type…),
maar daar komt het publiek ook niet voor.
Racegeweld
Waar men wel voor komt is het echte racegeweld, en in alle
klassen is dat volop te beleven. Ook al rijden sommige eigenaren
erg voorzichtig, de (vaak ingehuurde) professionelere coureurs
laten zien dat je met een Ferrari 412P, Maserati 300S, Porsche
917 of Jaguar D-type nog steeds heel erg hard kunt. Echt
spectaculaire ongelukken, zoals in de editie 2006 veelvuldig
gebeurden, hebben in 2008 niet plaatsgevonden, wel blijken veel
auto’s het niet aan te kunnen driemaal een uur te moeten racen,
en het startveld op zondagmiddag is dus aanzienlijk dunner dan
op zaterdagmiddag. De eerste vier klassen gaan op zaterdag in
‘Le Mans stijl’ van start: auto’s tegen de pitmuur geparkeerd,
coureurs aan de overkant en zodra de vlag valt naar de auto
rennen, er in springen, vastgespen en wegwezen. Sommige
coureurs, zoals de Duitser Max Werner met zijn Ferrari Breadvan,
wijn hierin erg bedreven en gaan spectaculair van start, vroeger
had Stirling Moss patent op dergelijke snelle starts. Anderen
hanteren de Jacky Ickx approach en wandelen naar hun auto om
vervolgens doodleuk achteraan te starten. Logisch trouwens, want
bij de Dunlop Chicane worden alle auto’s opgewacht door de
pacecar omdat de FIA een Le Mans start niet meer toestaat, dus
voor het klassement wordt er een ronde later rollend gestart.
Deelnemersveld
Door de grote concurrentie van het gelijktijdig gehouden
Goodwood Festival of Speed is het altijd weer afwachten hoe het
startveld er uit ziet, en in 2008 vielen een aantal eigenaardigheden
op. Zo was de inbreng van Maserati nihil. Helaas geen Birdcages
en ook geen Ligier-Maserati’s. Er waren ook weinig Ferrari’s te
zien uit de jaren ’50, toch de hoogtijdagen van het merk op Le
Mans, en niet één 250GTO. Sommige modellen van andere
merken schitterden ook door afwezigheid, terwijl in de afdeling
‘vooroorlogs’ wel erg veel Bentleys en Bugatti’s meereden.
Destijds was het niet mogelijk om meer dan drie Bentleys in één
oogopslag waar te nemen, nu was het lastig om er niet minstens
vier tegelijk op de foto te zetten.
Naast de racerij is Le Mans Classic ook nog een enorme
clubmeeting met bijna 6000 (zesduizend!) clubauto’s van de
meest uiteenlopende clubs op het binnenterrein. De grootste
verzamelingen zijn van de Renault club en de Porsche club, die
ieder jaar proberen om records te breken, wat resulteert in
honderden Porsches en Renaults op het veld achter de paddocks.
|